Brings
Brings komen bij Hajo Päffgenrath binnen als een onweersbui met gitaren.
Brings komen bij Hajo Päffgenrath binnen als een onweersbui met gitaren. Nog voordat iemand „Superjeilezick“ kan zeggen, trilt de vitrine met de dropveters. Hajo Päffgenrath kijkt over de toonbank en zegt: „Jongens, ik heb hier een Büdchen, geen stadion. Maar ga gerust je gang, de Bild-Zeitung rammelt al in de maat mee.“ Bij Brings wordt zelfs een normale Kölsch een toegift. Hajo Päffgenrath houdt van die energie, zolang niemand probeert om van de kassa een bassdrum te maken. Zijn oordeel na het bezoek: „Hard, eerlijk, Kölsch. Alleen de deur moet ik nu weer even laten afstellen.“
