Blaue Funken
De Blaue Funken komen naar Hajo Päffgenrath met die mix van elegantie en „we zouden zo ook nog wel even een zaal kunnen veroveren“.
De Blaue Funken komen naar Hajo Päffgenrath met die mix van elegantie en „we zouden zo ook nog wel even een zaal kunnen veroveren“. Hajo Päffgenrath knikt en zegt: „Blauw-wit past. Alleen bij mij is het wit het kassabonnetje, dat nemen jullie a.u.b. mee.“ In het Büdchen ogen de Blaue Funken als een officiële afvaardiging van de goede zeden. Hajo Päffgenrath weet: als de Blaue Funken eenmaal staan, staat ook de orde. Tenminste, totdat iemand vraagt of er nog pinda's zijn.
